logo CHG
Algemeen
Wat zijn bollenschuren
Register
Monumenten
Regiobeleid
Regionale Collectie
Project
Linten en Clusters
Nieuws
Kwekerij Veelzorg
Uit de media
Herbestemming
        Vraag
        Aanbod
Publicaties
Contact
Links
 
Project Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed

uit Cobouw van 25 november 2006

Bollenschuur haalt het beste in de bouw naar boven

BINNENLAND | 25-11-2006 00:00 | Suzanne van den Eynden


SASSENHEIM - Wat de molens zijn voor Kinderdijk, zijn de schuren voor de Bollenstreek. Dat vindt althans de Projectgroep Behoud en Herbestemming Bollenschuren die zich sinds 1997 inzet voor de 'architectonische hoogstandjes' en 'iconen' van de bollenstreek. Zaterdag presenteren zij hun tweede boek, vol bouwkundige tips en trucs om een oude bollenschuur om te toveren tot een hedendaags bouwwerk.

Onpraktisch, in slechte staat, te druk op het veld. Allemaal redenen waarom oude bollenschuren gesloopt werden, weten Marca Bultink en architect Jos Warmenhoven, beide lid van de projectgroep. "Maar dat zat me niet lekker", licht Warmenhoven de reden van oprichting van de projectgroep toe. "De Bollenstreek wordt erg gewaardeerd als 'open tuin', en daar horen ook de schuren bij. Als je die weghaalt, verwoest je een deel van de identiteit van de streek. Maar de mensen werken hard, zijn praktisch ingesteld, en redeneren: als de schuur onpraktisch is geworden, moet 'ie plaats maken voor een nieuwe. Wij zeggen op onze beurt: Vreselijk zonde om die schuren af te breken. Als je naar een schuur kijkt, zie je precies hoe men vroeger omging met de bollen."

Honingraat
Dat is vooral te zien aan de hoge deuren en ramen, die correspondeerden met de gangpaden waar de bollen op stellingen werden opgeslagen. Door de stellingen kregen de schuren de structuur van een honingraat. "De deuren werden opengezet, zodat de wind er doorheen kon blazen en de bollen sneller droogden. Later ging men over op geforceerde droging. De ramen werden kleiner, er werden roosters in de muren gebouwd en er kwam een schoorsteen om de schuur te verwarmen. De schuren met honingraatstructuur werden, naar mate de export toenam en storten op stellingen nauwelijks meer gedaan werd, steeds onpraktischer."
Maar slopen is nergens voor nodig, meent de projectgroep. De club lobbyt sinds de oprichting bij de overheid om de schuren voor de bollenstreek te behouden door hergebruik toe te staan. Het gaat om zo'n 400 schuren in de Bollenstreek. Ooit stonden er 1500. Inmiddels hebben de twaalf gemeenten van Holland-Rijnland een lijst opgesteld met bollenschuren die behouden dienen te blijven. "Eigenaren van de panden die nog een agrarische bestemming hebben, zien vaak geen toekomst voor de schuur en zouden liever een woning op die plek neerzetten. Door de bestemming is dat echter meestal niet mogelijk."
Wordt de bestemming echter aangepast, dan opent een oude bollenschuur talloze deuren en biedt het een uitdaging waar architecten, aannemers en ontwikkelaars van gaan watertanden, belooft Warmenhoven. "Een bollenschuur is pas écht architectuur. Aan de buitenkant van het pand kun je precies zien wat er binnen gebeurt. In het opknappen van een bollenschuur en het transformeren tot bijvoorbeeld een woning of bedrijfsruimte, komt het vakmanschap van alle betrokkenen meer dan waar ook tot zijn recht. Bij een nieuwbouwwoning wordt veel gebruik gemaakt van prefab onderdelen. Het opknappen van een bollenschuur is voor een groot deel restauratie. De aannemer, de metselaar, de timmerman, de architect: allemaal hebben ze bij het proces te maken met tal van uitdagingen waar ze ter plekke een oplossing voor moeten bedenken. Deze schuren halen het beste van deze beroepen naar boven."

Voorbeelden
In het boek 'Nieuw leven voor oude bollenschuren' laat de projectgroep aan de hand van voorbeelden zien welke architectonische en bouwkundige uitdagingen deze schuren bieden. Bijvoorbeeld de vraag hoe in de oorspronkelijke stalen ramen dubbel glas geplaatst kan worden. "Het beste is om de stalen ramen te vervangen door aluminium met ultralichte profielen. Het verschil met staal zie je nauwelijks." Ook de ruimte tussen de vloeren kan een probleem zijn. "Soms is die ruimte maar 2 meter, wat niet voldoende is volgens het bouwbesluit. Een oplossing is om de vloer een stukje uit te graven en zo naar beneden toe de gewenste hoogte te verkrijgen."
Eén van de belangrijkste dingen die de projectgroep bereikt heeft, is volgens Bultink en Warmenhoven het feit dat bollenschuren inmiddels op waarde worden geschat. "Als je nu een bollenschuur hebt, is het een waardevol bezit. Vroeger was het een lastig ding. Als we op vakantie gaan naar het buitenland, vinden we het prachtig om naar oude landhuizen, tuinen en dorpjes te kijken. Maar over ons eigen erfgoed zeggen we: sloop maar en zet maar wat nieuws neer. We hebben iets praktisch in ons. Gelukkig keert het tij en kijken we langzamerhand met andere ogen naar ons cultuurhistorisch erfgoed. En daar profiteren wij weer van."
Voor informatie over het boek en het werk van de projectgroep: www.bollenschuren.nl


Vakmanschap
Ooit werd er turf gedroogd, tulp en en hyacinten geprepareerd en narcissen opgeslagen. Nu is de bollenschuur in hartje Warmond de ruime, zeer comfortabele woning van aannemer Jan Willem den Dubbelden. Met dank aan de historische kring van Warmond werd het pand, gebouwd in 1870, gered van de sloop.
De provincie benoemde het pand tot provinciaal monument en de gemeente stond een woonbestemming toe. Nadat hij de aanbesteding voor de renovatie van het pand had gewonnen, raakte hij zo enthousiast dat hij besloot het zelf te kopen en er te gaan wonen. In de woonkamer hangen foto's van de schuur zoals Den Dubbelden hem aantrof. "Het was één grote bende, en in de tuin kon je nauwelijks lopen", lacht de aannemer. "Maar het was zo'n uniek object en daarmee een heel bijzonder project, dat ik dacht: ik ga ervoor."
Den Dubbelden is een jaar bezig geweest om het pand casco op te l everen. "Nieuwbouw is makkelijker. Bij zo'n pand blijf je restaureren. Ik wilde er bewust geen replica van maken, maar de ziel van het oorspronkelijke pand bewaren."
De hoofdconstructie en de kap zijn allemaal in tact gebleven, de houten delen aan de straatkant zijn teruggeplaatst, net als de groene kozijndeuren en de balken aan het plafond. Op de begane grond, die te laag was om te kunnen wonen, is tussen de funderingsmuren een verlaagde, geïsoleerde betonvloer gestort. De originele spanten zijn in het zicht gebleven. De hoofddraagconstructie moest versterkt wor den: vroeger werd die constructie gedragen door de stellingen waar de bollen op stonden.
Volgens de aannemer was het pand alle inspanningen meer dan waard. "In zo'n project kun je tenminste je vakmanschap kwijt. Je bouwt niet voor twintig of dertig jaar, maar als het goed is weer voor zo'n enorm lange tijd."




laatst gewijzigd 7 december 2006